Waterzuivering - werking

De waterzuiveringsinstallatie van BP bestaat uit verschillende stappen, aangevuld met een stabilisatievijver, van waar het water in de Nete geloosd wordt.

1. Bufferbekkens of primaire bekkens

De bufferbekkens zijn open bassins en hebben tot doel de graad van de vervuiling gelijk te maken. Daartoe wordt het nog redelijk warme water vrij intens geroerd. Soms kan dat geurhinder veroorzaken. Na een voorbehandeling qua temperatuur (36,5 à 37 °C) en zuurgraad (5,6 pH) gaat het afvalwater naar de volgende stap: de anaerobe reactor.

2. Anaerobe zuivering

Deze stap in het zuiveringsproces gebeurt in een gesloten tank. De anaerobe (=zuurstofarme) fase werkt met bacteriën. Die vormen de afvalstoffen om tot water, koolstofdioxide en methaangas (ook biogas genoemd). Het vrijgekomen gas wordt opgevangen en ingezet als energiebron bij de stoomproductie in de fabriek. Het zuiveringseffect van de anaerobe waterzuivering is ongeveer negentig percent.

3. Aerobe zuivering

De volgende stap is de aerobe (=zuurstofrijke) nazuivering. Ook die behandeling werkt met bacteriën. In tegenstelling tot het anaerobe proces gebeurt dit deel van de zuivering in open lucht.
Door te beluchten krijgt het water extra zuurstof. Het rendement van dit proces, in combinatie met de anaerobe behandeling, is ongeveer 98 percent. 

4. Kobaltherwinning

Kobalt is een non-ferro metaal, dat gebruikt wordt als katalysator in het productieproces. In de kobaltherwinningseenheid wordt kobalt uit de afvalwaterstroom verwijderd. De eenheid recycleert zowat 97 percent. Na de kobaltherwinning vloeit het afvalwater naar de bufferbekkens

5. Slibbehandeling

Dit is geen stap in het zuiveringsproces als dusdanig, maar het vormt er wel een wezenlijk onderdeel van. Wat gebeurt er in de slibbehandeling? De bacteriën, ingezet bij de zuivering van het afvalwater, sterven op een bepaald moment. Het residu daarvan vormt slib, een modderige substantie. Dat slib wordt uit het water verwijderd en na voorbehandeling - vooral ontwatering - afgevoerd naar een afvalverwerkingsinstallatie.

6. De stabilisatievijver

Na de zuivering komt het water in de bedrijfseigen stabilisatievijver. Dat is een grote plas van bijna drie hectaren. Hier komt het water van de zuiveringsinstallatie samen met het hemelwater en het water afkomstig van koeltorens en dergelijke. De stabilisatievijver buffert het gezuiverde water van waaruit de lozing in de Nete – via een meetgoot – gecontroleerd en gelijkmatig kan gebeuren.