Ontmoet Julius Jaspers

Televisiekok, restauranteigenaar, ondernemer, kookboekenschrijver en BBQ-koning Julius Jaspers was vanaf héél jong al bezig met eten. Waar andere kinderen een krantenwijk liepen, vulde Julius z’n zakgeld aan met koken. Meteen na z’n eindexamen was hij weg en startte hij een eigen restaurant in Frankrijk. Alles wat je kunt ontdekken en ondernemen op het gebied van koken en eten heeft Julius Jaspers gedaan. Op dit moment is Julius vooral druk met z’n kookboeken en z’n drie restaurants, waaronder Julius Bar & Grill. Hij vertelt ons graag hoe je ontspannen geniet van zijn favoriete manier van eten.

Je bent bekend van televisie, van je kookworkshops, je succesvolle kookboeken en je hebt ook al drie restaurants, twee met oosters streetfood én een succesvol grillrestaurant. Waar komt je liefde voor BBQ vandaan?  

‘Ik hou al heel lang van BBQ. Maar eigenlijk begon het 7 jaar geleden pas echt. Met een paar kameraden zijn we mee gaan doen aan BBQ-wedstrijden. We waren echt heel fanatiek. Vanuit die gezellige hobby ben ik me toen professioneel met BBQ gaan bezighouden. En dat bevalt!’

Als je de hele dag werkt, zoals veel klanten van BP, kan je dan toch genieten van BBQ? Past het in een druk leven? 

‘Er zijn eigenlijk twee stromingen in BBQ-land. Low & Slow en Hot & Fast. Low & Slow, de naam zegt het al, vraagt tijd. Door de week zou ik kiezen voor Hot & Fast. Als je om 17.30 thuis bent, dan kan je na een uurtje al aan tafel. Perfect voor na een dag hard werken.

Je gebruikt een houtskoolbarbecue, die is na ruim een half uur klaar voor gebruik. Een exemplaar op gas werkt natuurlijk helemaal snel, al mis je dan die spannende BBQ-smaak. Als je snel aan tafel wil, kies dan voor lam of rund. Dat is al na 20 minuten klaar. Kip en varkensvlees zijn geen goede keuze als je haast hebt. Dat moet binnenin 70 graden worden en daar heb je meer tijd voor nodig.’

Vroeger kwamen veel mensen niet verder dan geblakerde worstjes. Nu heeft half Nederland een buitenkeuken. Wat is op dit moment ‘hot’ op BBQ-gebied?

‘Low & Slow. Dat is de trend. Met zo’n dubbelwandige kamado. Je neemt echt de tijd voor gerechten die 5, 6 tot zelfs wel 12 uur nodig hebben om te garen bij lagere temperaturen. Dat betekent natuurlijk niet dat je er de hele tijd naast moet zitten. Je kan ook ‘s middags je gerechten al in de kamado doen. Dan zijn ze rond etenstijd klaar en geniet je gezellig met je gasten van die echte volle smaken.’

Wat is je tip voor de beginnende BBQ-kok?

‘De beginnende BBQ-kok moet het vooral zo simpel mogelijk houden. KISS, keep it simple and stupid, zeg ik altijd. Neem nou niet zo’n BBQ-pakket met heel veel verschillende soorten vlees, maar kies voor twee soorten en concentreer je daarop, dan zit je veel relaxter.

Worstjes lijken heel makkelijk, maar worstjes goed gaar krijgen is een kunst. Nog iets: neem nooit kipfilet, dat wordt altijd droog, maar kippendijen zonder vel. En gaar het even voor. Wil je kip of varkensvlees binnenin 70 graden krijgen, doe het dan 20 minuutjes in de oven of in een vacumeerzak in een pan water. Tegen de kook aan en daarna op de BBQ. De echte grillsmaak zit toch in de buitenkant.

Vette marinades, dat is ook een instinker. Het vet druipt op de houtskool en dan krijg je zwart vlees. Ik kan me van vroeger nog de jaarlijkse BBQ’s van een oom herinneren. Alles zó zwart dat het eigenlijk niet te eten was. Daar ging het echt alleen om de gezelligheid.’