OPSIS
In 2000 is de paraxyleeneenheid opgestart, die jaarlijks ook vele tonnen benzeen produceert. Die benzeen is een nevenproduct van de aanmaak van paraxyleen. Benzeen is kankerverwekkend en daarom heeft BP een uitgebreid bewakingssysteem geïnstalleerd waarvan OPSIS een belangrijk onderdeel is.
Wat is OPSIS?
OPSIS is een detectiesysteem, opgesteld in de fabriek rondom de paraxyleeneenheid (PX) bij BP in Geel. OPSIS peilt voortdurend naar de aanwezigheid van benzeen, tolueen en xylenen in de atmosfeer. Bij een verhoogde uitstoot krijgt de controlekamer onmiddellijk een alarmbericht.
OPSIS gebruikt een techniek die gebaseerd is op lichtabsorptie. Een zender stuurt een lichtsignaal naar een ontvanger, in dit geval 500 meter verderop. Het opgevangen licht gaat via een optische kabel naar een analysetoestel.
De concentratie van de stoffen wordt afgeleid uit de verhouding tussen het basissignaal en het signaal na absorptie (voor de specialisten: de wet Lambert Beer).
Op welk natuurkundig principe berust OPSIS?
Het principe berust op de eigenschap dat individuele gassen licht van een verschillende golflengte absorberen. Koolwaterstoffen, zoals benzeen, tolueen en xyleen laten daardoor ieder een specifiek patroon na wanneer je er een lichtstraal doorheen stuurt en het resterend licht opvangt en analyseert.
Met behulp van een spectrometer kan je een kleine bandbreedte selecteren, zodat iedere stof apart wordt geëvalueerd.
Afhankelijk van de te bepalen stof gebeurt dit in de ultraviolette of infrarood zone.
Twee zenders, in een hoek van 90°, sturen beide een lichtstraal langsheen de eenheid. De lichtstralen worden na 250 m over 90° weerkaatst door twee spiegels die de lichtstraal naar de ontvangers sturen. Hoe de wind ook staat, altijd worden ontsnappende benzeengassen gedetecteerd. Een computer registreert voortdurend de meetresultaten, toont ze op een beeldscherm en slaat alarm als er een vooraf bepaalde grens wordt overschreden.
