1. Home
  2. Wie we zijn
  3. BP Geel
  4. GVMK
  5. Milieu
  6. Geluid

Geluid

Geluid is een belangrijk milieuthema voor BP in Geel.

Geluid is om meerdere redenen een moeilijk onderwerp. Lawaai is een subjectief gegeven, allerlei invloeden zoals het weer spelen mee en technisch is het lastig om geluid te beperken.

Geluid - theorie

Wat is geluid?

Geluid is een complex geheel van trillingen in verscheidene frequenties. Die trillingen planten zich voort via een medium. Wanneer we met elkaar praten bijvoorbeeld, is dat de ons omringende lucht.

Eenheid van geluid

Strikt wetenschappelijk drukken we geluid uit in de eenheid Pascal (Pa). Omdat het over zeer lage drukken gaat, spreken we doorgaans over micropascal of miljoensten Pascal. De voor het menselijk oor laagste waarneembare geluidsdruk, de gehoordrempel, komt overeen met 20 micropascal. De druk die gemeten wordt wanneer het menselijk oor geluid als pijnlijk ervaart, bedraagt zo'n 100 miljoen micropascal, 5 miljoen keer meer dus.
Deze lineaire vorm van uitdrukken is, door het feit dat deze beide getallen zo ver uit elkaar liggen, weinig gebruikelijk. In plaats daarvan wordt de decibel - dB(A) - toegepast, een logaritmische maateenheid, die veel beter hanteerbaar is.

Geluid tussen hoorbaar en pijnlijk

Als een fabriek 3 dB(A) te veel lawaai uitstraalt, moet je theoretisch gezien de helft van die fabriek stilleggen.

Wetenschappers zijn overeengekomen dat de gehoordrempel op 0 dB(A) ligt. Logaritmisch berekend, betekent een verhoging van 3 dB(A) een verdubbeling van de geluidsintensiteit. Stel dat een geluidsmeter 70 dB(A) aanduidt bij een bepaalde machine die op volle toeren draait. Wanneer een tweede, identieke machine naast de eerste wordt geplaatst, dan zal de meter daarbij niet naar 140 dB(A) uitslaan, maar naar 73 dB(A).
In omgekeerde richting werkt dat natuurlijk ook. Als je een bepaald geluidsniveau met 3 dB(A) wil verminderen, moet je de helft van de bron stilleggen. Als dus een fabriek 3 dB(A) te veel lawaai uitstraalt, moet je theoretisch gezien de helft van die fabriek stilleggen.

Lawaai is subjectief

G_2_4_5_1_GeluidSubjectief_660x660..jpg

Lawaai is een erg subjectief begrip. Wat de ene mens als onverdraaglijk aanvoelt, is voor de andere prettig - denk maar aan loeiharde popmuziek. Ook het tijdstip is subjectief: wat je overdag als normaal omgevingsgeluid ervaart, zou je 's nachts wel eens je slaap kunnen kosten. Zelfs de plaats speelt een rol: wat je tijdens het werk gewoon en aanvaardbaar vindt, kan in de vrije tijd hinderlijk zijn. De enige objectieve houvast ter zake, zijn dan ook de normen die de overheid heeft bepaald...

Geluid - overzicht niveaus

Tussen muisstil en oorverdovend: hoeveel dB(A) en micropascal meet een en ander? 

Geluid - normen en meten

Geluid en de perceptie van lawaai zijn een subjectief gegeven. Toch heeft de overheid normen uitgevaardigd en er moeten dus ook metingen uitgevoerd worden om te weten of een installatie al dan niet aan de normen voldoet. Geen eenvoudige opgave: er is heel wat beïnvloeding van andere bronnen en er spelen factoren mee zoals het weer.

Normen

De wet voorziet richtlijnen rond geluid. Daarin staan de richtgetallen 45 en 55 dB(A) vermeld, toepasselijk voor nieuwe installaties. In een woongebied geldt de norm 45 dB(A); in een industriezone 55 dB(A). Die 45 en 55 dB(A) handelen over het 'specifiek geluid'. Stel u 'specifiek geluid' zo voor: denk alle andere geluidsbronnen weg en laat alleen de geluidsbron in kwestie draaien. De geluidsniveaus die je dan krijgt, vormen het 'specifiek geluid'. De berekende waarden van het 'specifiek geluid' zijn meteen de waarden waarvoor BP verantwoordelijk is en waarover ze verantwoording moet afleggen.

Omgevingsinvloed

BP is niet de enige geluidsbron, de nabijgelegen autosnelweg bijvoorbeeld, brengt ook heel wat lawaai voort. Een andere beïnvloedende factor is het weer, vooral dan de windrichting. Als de wind van de fabriek komt, zal dat een hogere waarde geven dan wanneer de wind in de andere richting blaast.

Meten: emissies

G_2_4_5_3_GeluidNorm_660x66.jpg

'Emissie' betekent letterlijk 'uitstoot' of zoals hier: 'weg van de bron'. Wanneer het over geluid gaat, ga je peilen naar wat de geluidsbron uitzendt. Je meet met andere woorden 'het vermogen van een installatie om geluid te produceren'. Concreet gaan de onderzoekers met geluidsmeters aan de bron na wat de geluidsuitstoot is. Die metingen gebeuren op verschillende punten in de installaties en dat op een systematische manier. Aan de hand van de meetresultaten (een lange reeks waarden) kan je per eenheid of voor de ganse fabriek, een geluidskadaster opmaken (zie afbeelding).

Meten: immissies

Immissie is het omgekeerde van emissie. Bij immissie meet je wat er 'binnenkomt'. In plaats van aan de bron, ga je bij de ontvanger meten. De immissie is wat je op één specifiek punt in de omgeving (rondom de fabriek zeg maar) opvangt van het uitgezonden geluid. Door emissie- en immisiemetingen te vergelijken, kan je een inschatting maken van de geluidsbijdrage van een bepaalde installatie of van de gehele fabriek op een bepaald punt.
Een onafhankelijk onderzoeksbureau voert deze metingen regelmatig uit in opdracht van BP.

 

Geluid - jaar na jaar

Een onafhankelijk onderzoeksbureau voert regelmatig geluidsimmissiemetingen uit in opdracht van BP. Dit zijn de resultaten van de laatste vijf jaar.

2018
  • Meetpunt A: 50.5 dBA
  • Meetpunt F: 49 dBA
  • Meetpunt B: 50 dBA
  • In het noorden in de meetpunten A en F is er een stijging bij zuidoosten wind ten opzichte van vorig jaar. Tijdens de vriesperiode in februari werden er een aantal nachten bijkomend geluid gecreëerd door het stomen van schepen.
  • In het zuiden in meetpunt B is er ook een stijging waargenomen ten opzichte van 2017, maar zijn de niveaus terug vergelijkbaar met 2016. Dit kan mogelijk verklaard worden omdat dit meetpunt verplaatst werd na werken in de betreffende tuin.
2017
  • Meetpunt A: 50 - Weinig tot geen wijziging
  • Meetpunt F: 48 - Weinig tot geen wijziging bij ZO- en ZW-wind. Lichte stijging bij Z-wind
  • Meetpunt B: 49 - Geen meetresultaten bij NW-wind Daling bij N- en NO-wind
  • Meetpunt G: 51 - Geen meetresultaten bij NW-wind Lichte daling bij N-wind
2016
  • Meetpunt A: bij zuidelijke en zuidoostelijke wind is er een lichte daling ten opzichte van de vorige jaren gemeten. De hoogste resultaten zijn er bij een zuidwestelijke wind en dat heeft te maken met de impact van de E313. Bij die windrichting is er een lichte stijging tegenover 2015.
  • Meetpunt F: bij alle windrichtingen is er een (zeer) lichte daling van de gemeten geluidsniveaus.
  • Meetpunt B: bij de wind uit het noordwesten zijn er geen meetresultaten beschikbaar. Bij wind uit het noorden is er een daling van 1 dB(A) ten opzichte van 2015. Voor de wind uit het noordoosten is er slechts één meetwaarde beschikbaar. Deze is vergelijkbaar met die van 2015.
  • Meetpunt G: bij wind uit noordelijke richtingen is er een daling van 1 db(A) ten opzichte van 2015. 
2015
  • In tegenstelling tot 2014 was er dit jaar wel voldoende N-, NO- en NW-wind, zodat voor de zuidelijke punten B en G ook resultaten bij representatieve productieomstandigheden beschikbaar zijn.
  • Meetpunt A: de geluidsniveaus zijn vergelijkbaar met de vorige jaren.
  • Meetpunt F: bij wind uit het zuiden en het zuidwesten, zijn de gemeten geluidsniveaus vrijwel gelijk aan 2014. Bij wind uit het zuidoosten is er een stijging van om en bij 1 dB(A).
  • Meetpunt B: bij wind uit het noordwesten is het geluid op het niveau van 2013. Bij wind uit het noorden is er een stijging van 2 dB(A). Bij wind uit het noordoosten is er een stijging van 1,7 dB(A).
  • Meetpunt G: bij wind uit noordelijke richtingen is er een stijging van 2 tot 3 dB(A).
2014
  • In verband met de meetpunten ten zuiden van de site (B en G) werden er tijdens de volledige campagne maar twee uren met NW-wind opgetekend bij representatieve meet- en productie-omstandigheden, en geen uren met N- of NO-wind. Er zijn bijgevolg geen bruikbare resultaten om een vergelijking met vorige jaren te kunnen maken.
  • Wat de meetpunten ten noorden van de site betreft (A = NW, mtpnt F = N), werd vastgesteld dat de resultaten in dezelfde lijn liggen als vorig jaar bij ZW- en ZO-wind. Bij zuidenwind is er wel een stijging van het totale geluidsniveau met 1,5 dB(A), en dat voor zowel meetpunt A als meetpunt F.